Het mysterie van de muziekbootman

Een lege brug in een levendige stad. Het enige dat zijn aankomst verraadt, is het geluid van het water dat door zijn bootje in beweging komt. Pas als hij zijn lippen naar zijn trompet brengt en met zijn andere hand aan het draaiorgeltje draait, trekt hij de aandacht van de mensen. Gehuld in een kleurrijk kostuum en zittend op zijn met bladgoud beschilderde bootje brengt de 49-jarige Reinier Sijpkens een serenade. Aan steden in Nederland en over de hele wereld.

“De stad is het theater en jullie zijn de figuranten”, spreekt de muziekbootman zijn publiek toe. “Welkom!” Het begon met een mannetje of twee, die uit nieuwsgierigheid op de muziek zijn afgekomen. Maar inmiddels staat er een kleine menigte vanaf de brug naar beneden te gluren om de bijzondere verschijning waar te nemen. Reinier Sijpkens is een gepassioneerde performer, van nature en beroep, die het avontuur verkiest boven zekerheid.

De grachten induiken
“Het was in mijn studententijd toen ik besloot buiten de geijkte paden te treden.” Reinier heeft zijn kleurrijke pak omgeruild voor een minder opvallende outfit en we staan naast de thuishaven van zijn bootje. In zijn tuin in Soest heeft hij een speciaal boothuis voor zijn bootje ‘de Notendop’ gebouwd. “Tijdens mijn studie recht speelde ik in een band en trad ik veel op, ook buiten Nederland. Zo verdiende ik mijn geld. Ik besefte dat mijn studie mij niet kon laten stralen zoals muziek dat mij wel laat doen. Ik koos ervoor te stoppen met mijn studie en de grachten in te duiken.” Hij werpt een tevreden blik op het bootje waarmee hij al zoveel heeft meegemaakt. “Op dit bootje ben ik in m’n element. Hiervoor leef ik.”

We lopen een paar stappen verder naar zijn werkplaats. We komen een donkere ruimte binnen waar je net de toetsen van een keyboard kunt onderscheiden. “Hier creëer ik mijn projecten.” Als je ogen aan het donker gewend zijn zie je aan de wand een plank hangen met grote stapels boeken van meer dan honderd componisten. ‘Heb al’, ‘wordt niks’ en ’wil nog’ staat er met sierlijke letters onder de stapels geschreven. “Ik ben geen componist. Ik steek bestaande werken in een ander jasje voor op de trompet en het draaiorgel.” Hij laat zijn boeken vol vellen met gaatjes zien die hij persoonlijk gekapt heeft zoals dat heet en die het draaiorgel omzet in muziek. “De snippers bewaar ik sinds kort”, en hij graait in een bak met honderden confettirondjes. “Als mijn kinderen ooit trouwen, strooi ik ze op hun bruiloft over hen uit. Dan krijgen zij al mijn nootjes in het negatief.”

Zeeschelpenorgel
Op dit moment kunnen de kinderen van Reinier zijn hobby en werk niet zo waarderen. “Ze schamen zich voor me. Maar ja, dat heb je als je twaalf en zestien bent. Ze worden ermee gepest op school. Ik kan me voor hen niet anders gaan gedragen, want het zit in mijn aard. Maar ik zal niet op hun middelbare school op gaan treden, hoe graag ik dat ook zou willen.” Hij pakt een grote schelp van een plank in zijn werkplaats en begint erop te spelen alsof het zijn trompet is. Een wolk van geluk lijkt over hem heen te vallen. “Ik heb acts om kinderen te laten lachen en ouderen te laten dansen”, zegt hij als hij zijn ogen weer heeft geopend. “Voor alle leeftijden, maar nog niet voor die van mijn eigen kinderen.” >>

Hier wil hij verandering in brengen. Op dit moment werkt Reinier aan een zeeschelpenorgel. Tijdens zijn reizen door Indonesië, Brazilië, Sri Lanka en de rest van de wereld verzamelde hij ze in alle maten en kleuren. En iedere schelp staat voor een andere noot. “Een schelp is een huis, dus dit wordt mijn house act”, vertelt hij glunderend. “Een moderne dance act, waarop ik echt helemaal los ga. If you can’t beat them, join them, denk ik dan. Wie weet dat dit wél aanslaat bij mijn kinderen.”

Honderd muntjes
Zelf omschrijft Reinier zich als optimistisch, vertrouwend en puur. Maar dat laatste kan je moeilijk over jezelf zeggen, vindt hij. “Ik denk niet dat iedereen mij zo ziet. Ik krijg veel positieve reacties, negatieve hoor ik verbazingwekkend weinig. Heel af en toe hoor je van mensen dat ze het niet goed kunnen hebben dat ik zo enthousiast ben en dat ze me toch een beetje raar vinden. Of ze zijn wantrouwend en denken dat ik geld van ze wil. Maar dat zegt denk ik meer over die mensen dan over mij.”

Als artiest verdient Reinier geld als hij ingehuurd wordt voor feesten en evenementen. Maar niet als hij spontaan in zijn bootje stapt om een ode te brengen aan de stad en de mensen te verrassen. “Het idee van veel geld verdienen heb ik al een lange tijd geleden doorbroken. Ik wil graag iets doen waar ik van geniet en gelukkig van word. Dan geeft je werk je juist energie, in plaats van dat het je energie kost. Meestal verdien ik zo’n honderd euro op een dag. Voor veel mensen is dat niet veel, maar als je bedenkt dat je honderd muntjes verdiend en die allemaal stuk voor stuk kunt uitgeven is het opeens heel veel. Zeker als je zoals ik zoveel armoede hebt gezien in de wereld.”

Goed gewapend
Van geld oppotten is bij de muziekbootman geen sprake. Hij heeft vaak genoeg zijn laatste geld uitgegeven aan een reis of een instrument. Tijdens het reizen ontdekte hij dat het goed is om naast zijn boot een fijn en klein instrument bij zich te hebben. Hij grist iets van een plank in zijn werkplaats en we lopen via buiten naar de woonkamer. “Met dit op zak ben ik altijd goed gewapend”, zegt hij terwijl hij een koord om zijn nek hangt. Aan het koord hangt een kleine viool die hij met de zijkant tegen zijn buik laat leunen. Hij knoopt nog een touw achter zijn rug, zodat het instrument er stabiel bij hangt. “Dit is een magisch muziekdoosje. Hiermee kan ik een serenade brengen zo zacht als zwanendons. Met dit in mijn handen heb ik in een lobby in New York gestaan.” Met zijn rechterhand draait hij aan het kleine orgeltje dat op de viool is gemonteerd en het papier met gaten glijdt er doorheen zodat de onderkant opkrult. In zijn linkerhand pakt hij zijn trompet en een samenspel van bijzondere, fijne klanken volgt. Het blijft even stil als hij klaar is met spelen, totdat de muziek is weggeëbd. “Ik mag mezelf gelukkig prijzen”, zegt hij zacht.

En in deze toestand laat hij zijn figuranten achter. Verbaasd en verrast, staande op een brug met een glimlach op hun gezicht. Voor de meesten is hij een mysterie. Zijn optreden duurt meestal een paar minuten en voordat je hem iets kan vragen, vaart hij weer weg en is hij verdwenen. Hij doet steden aan als Utrecht, Amsterdam en Delft en tovert het om in een theater. Maar ook een stad als Venetië zoekt hij op. Hij komt overal waar hij maar die ene lege brug kan vinden.

Luister maar

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op februari 10, 2011 om 22:44 en is opgeslagen onder Horen, Zien, Zwijgen. Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: